MOA zat lekker rustig te werken in zijn lab aan een nieuwe pil die werkelijk waar het begrip "uitgaansleven" een nieuwe dimensie ging geven, daar was hij wel degelijk van overtuigt. Die twee koters van CM.C zaten vastgebonden op het achterkamertje met P.W.B. voor de deur om ervoor te zorgen dat ze er absoluut niet uitkonden. Het had overigens heel wat moeite gekost om die twee rustig genoeg te krijgen om ze vast te binden, niet dat ze paniekte vanwege het feit dat ze ontvoerd waren maar gewoon om het feit dat ze erop uit waren rottigheid te veroorzaken, die twee kleintjes hadden een paar ogen in hun koppen waar de rottigheid vanaf straalde en hun handjes waren de handlangers van die ogen, "born to be tuig van de richel."
Wat onze grote laborant niet door had was dat tegen de tijd dat hij met deze gedachten rondliep in het lab zijn maat P.W.B. een verdieping lager al overmeesterd was door de twee eerder genoemde satanethische koters van CM.C en Maria. Gekneveld en wel lag P.W.B. wat te spartelen terwijl hij gestoken werd door een vleesspies welke vakkundig uit de keuken ontfutseld was door Rob eb Bob, terwijl ze om de beurt riepen: " Auw hè, auw hè, kusje op ?, . . krijge niet lekker puh…. !" Uiteindelijk wist P.W.B. de prop uit zijn mond te spuwen en riep MOA, dit werd beantwoord door R& B door hard mee te schreeuwen en zo werd het een ware competitie om wie er het hardst kon schreeuwen. Het roepen van het drietal werd echter niet opgemerkt door MOA omdat hij het lab vakkundig geluiddicht gemaakt had, hoe spijtig nu voor P.W.B. wat nu te doen?
MOA die dus van niets af wist zat rustig te doe-het-zelven toen hij de deur van het lab met een grove klap open hoorde klappen, gevolgd door blijde kreten: "Ooooooh" en "Aaaaaah." Gvd dacht MOA wie zijn dat en hoe komen ze door mijn "er-komt-iemand-naar-boven-toe-audio-en-visueel-waarschuwingssignaal-alarm" heen, deze vraag bleef echter niet lang onbeantwoord. "Moowje kamur, gane nog vele moowjer makun hè, gane slingus zoekuh omme moowje kamur noch vele moowjer makun te!" was alles wat R& B uitkraamde vlak voordat ze oog in oog stonden met een woeste MOA...
Henk werd langzaam wakker en de zon prikkelde in zijn ogen, "gelukkig, het was allemaal maar een droom" bracht hij uit en zuchtte even diep. Hij kwam langzaam overeind en zag zijn vrouw in de deuropening staan, vuurrood aangelopen van kwaadheid, nog voordat Henk ook maar iets kon vragen stak ze van wal. Henk kreeg er geen stok tussen, z'n vrouw bleef maar tetteren, -waarom was hij eigenlijk ooit met haar getrouwd, echt verliefd was hij niet, oja hij wist het weer ze had gedreigd met op hem te gaan zitten als ze niet snel trouwden-, er was eigenlijk geen touw aan vast te knopen waar ze het over had maar af en toe kwam de vraag "waarom was je daar in die buurt!?" dus dat zal wel de rode draad zijn in dit scheldconcert, toch geen droom. Henk maakte aanstalten om een antwoord te geven toen hij zijn vrouw dreigend naderbij zag komen terwijl haar grote schaduw over hem heen kwam bedacht hij zich dat antwoord geven in dit stadium niet veel zin had, één keer diep ademhalen en de ogen stijf dichtknijpen had veel meer nut want ze maakte aanstalten om op hem te gaan zitten. Terwijl hij zich afvroeg waarom … werden de longen belemmerd lucht tot zich te nemen door het gewicht van zijn vrouw, "Op hoop van zegen" dacht Henk nog voordat hij van z'n stokkie ging.