"Zo hè...," dacht CM.C, "wat een ellende". Zo is je leven een georganiseerde balans van werk
en drank en zo zit je met een kuub dope in je lijf te janken op je ziekenhuisbed, alles van
je gejat en de vooruitzichten van een kistkalf. Nou moet U zich niet vergissen in onze CM.C,
een verdomd strak staaltje karakter stond op het punt een aanvang te nemen. In alle stilte ging
hij liggen op bed en bedacht een (ceremonie) meesterlijk plan. Hij gleed uit bed terwijl hij
het zusteralarmknopje indrukte. De zuster kwam en zag niks, ook geen patiënt. Niet achter de
gordijnen, niet onder het bed, niet op toilet. Wat zij ook niet zag was het kleine plukje
steenwol dat op de vloer was gevallen toen CM.C op het systeemplafond was geklommen.
Groot alarm werd ook dit keer weer knullig uitgevoerd met nog na-lunchende beveiligingsbeambten
en een totaal paniekerige directeur die door de gangen rende om te melden dat er niet gerend
mocht worden. Hij had dat baantje als gevangenisdirekteur altijd moeten nemen dacht hij nog
even. Nu was hij een patiënt kwijt. Deuren afgesloten, slagbomen sloten bovenop gloednieuwe
autodaken, en overal zag je stagiaires zwetend met dwangbuizen rennen. CM.C kwam van acht en
dus was er grote paniek. Met een hermetisch afgesloten ziekenhuis kon onze CM.C mooi wat lakens
aan elkaar knopen en zo via het raam ervan door gaan. Z'n pyama verwisselde hij voor een
regenjas die jij stal uit de eerste de beste fietstas.
Zonder mazzel wordt het nooit wat maar je moet zelf wel eens wat werk verrichtte.
Samp B deed zijn best om niet in juichstemming uit te barsten toen Maria van de trap af
paradeerde. Dat mocht er wezen, zeker als je het tijdstip in acht nam. Dit was het juiste
moment om haar weerstand te breken en hij deed er dan ook alles aan om haar wijs te maken dat
ze voor de honden niet deugde zelfs niet als lichtekooi. Ze begon te huilen hij gaf haar wat
dope en schopte haar de straat op met de woorden: "en een zooi centen graag!"
MOA zat midden in de afsluiting van het ziekenhuis en wat hij zag deed hem vergeten dat hij
zich kapot stond te ergeren. Een grote bende was het, het deed hem terug denken aan die keer
dat hij een keer met een hevig bloedende vriend in het Gemini ziekenhuis aankwam. Het bloed
stroomde en stroomde maar, maar aan de receptie moest er hoe dan ook eerst een patientenkaart
gemaakt worden. Kaart klaar was er geen arts. Hij zou het nooit vergeten maar dit was erger. Dit
vroeg om maatregelen, misschien was het mogelijk om in zijn donorcodicil op te laten nemen dat
hij nooit in dit ziekenhuis opgenomen wilde worden als er ook maar één procent kans was dat hij
het levend naar het volgende ziekenhuis zou halen.
De tweeling had familie-talent, in de chaos van de afsluiting gilde ze alles bij elkaar en
wurmde zich moeiteloos in en uit de aangereikte dwangbuizen. Ze moesten plassen en deden dat
waar het kon; tegen de kunstobjecten in de hal. Het zeldzame kunststof was hier niet tegen
bestand en een onzichtbare wolk gif steeg op in de hal . Al snel vielen de mensen op de derde
flauw en op de vierde raakte een enkeling bevangen door de dampen. De tweeling stond ondertussen
de telefooncentrale deskundig te vernielen en brulde in elke hoorn die wél verbinding had:
"LUL". Wie wat wil moet zijn maatregelen treffen.