Henk was (en nog steeds is) een man van midden veertig en was al sinds mensenheugenis verbonden aan de Berentz Amide straat. Zelfs voor Henk was Berentz altijd aan Amide vastgekoppeld, doe er straat achter en je hebt een straatnaam in deze mooie stad. U merkt het al lieve mensen, Henk is niet een bijzonder snuggere man, wat dat aangaat had hij wel een profvoetballer kunnen zijn, die maken, -ik noem geen namen Patrick, echt niet-, doorgaans ook fout op fout op fout. Nu we het toch over voetbal hebben, Henk had eigenlijk profvoetballer moeten zijn met een paar interland wedstrijden op z'n naam, waar het niet dat zijn bloedeigen vader dit al voor hem verpest had. Wat was het geval geweest aandachtige lezers, zijn vader had hem namelijk al eens opgegeven voor een talentenjacht bij een grote club wat toen op een grandiose manier mislukte. Het was natuurlijk nooit moeilijk geweest voor Henkie om zijn vader door de stokken te spelen, het zogenaamde 'poorten'. Hij ging er altijd helemaal voor klaar staan, zijn vader dacht meteen een 'supertalent' gekweekt te hebben, de droom van negentig procent van alle vaders. Dat van dat 'poorten' van Pappa was leuk maar op die talentenjachtdag moest onze Henkie met zijn drie lentes jonge lichaampje het opnemen tegen twaalf jarige Buffels en dat was gewoonweg te veel gevraagd voor ons Henkie. En als je éénmaal niet gekozen bent om bij zo'n club te spelen dan kun je het voor de rest van je cariëre wel rustig op je buikje schrijven, je komt dan namelijk in een soort van 'Zwarte lijst-boekje' waar alle clubs hun 'Not-talenten' in noteren, triest maar waar.
Door deze trieste geschiedenis, wat Henk zich zeer had aangetrokken, was er niets van leren gekomen, dus dan maar werken. Maar wat moet je met een IQ lager dan dat van onze blonde vrouwlijke medemensen, maar de oplossing lag op maaiveld hoogte: 'Tuinman'. Zodoende werd Henk op z'n zestiende tuinman en iedereen noemt hem dan ook altijd: ... ... ... Henkie, aleen zijn eigen vrouw, het kreng, zij noemde ons aller Henk altijd kleinerend: 'Hendrick Jan de Tuinman', ach ja en slaan hielp nooit had hij proefondervindelijk uitgedokterd.
Vandaag was Henk bezig bij nummer 19 achter in de tuin, toen hij Samp B van nummer 21 en ook op dit nummer binnen zag komen wat op zich niet vreemd was maar wel zijn gedrag. Samp B leek wat gespannen en haastig, hij draaide de lamellen iets te gehaast dicht voor zijn doen, en voordat hij dit deed, had hij wat 'gezellige' kaarsjes aangestoken. Henk ging wat meer richting de achtergevel van het huizenblok staan, zodat hij wat kon glauwen tussen de lamellen door, maar wat zag hij nu..., dat kon niet... tsssshh ja hallo, hij was toch niet helemaal achterlijk en op zijn voorhoofd gekletterd, ...ja en blind was hij ook nog lang niet, had de orenarts veteld. Hij zag het toch echt goed, het was buuf van nummer 13. Henk kon zo snel niet op haar naam komen, 'god hoe heet ze ook weer?' Ze heeft drie koters, een lamlendig stuk vreten van een man, verder alles toch wel op een rijtje al begon hij daar nu toch wel aan te twijfelen. 'Jaaa,' hij wist het weer: 'Maria!' De grote vraag was nu, wat doet zo'n pittige meid nu bij die 'Pimp' van een Samp B en uit pure nieuwsgierigheid leunde henk over het hekje richting het half open gedraaide raam. Ja en Henk kon er ook niets aan doen dat hij niet doof geboren was en dus werkelijk waar elk woord kon volgen van wat er binnen gezegd werd, en dan luisterde hij nog wel met z'n ekster-oor. Henk hoorde Maria wat giechelen, vreemd... ... dat giechelen had hij zijn vrouw zo'n drie en twintig jaar geleden voor het laatst horen doen, hun huwlijksnacht, toen sex nog leuk, nieuw en spannend was. Wat voerde die 'Pimp' daar uit, Henk werd eigenlijk een beetje nieuwsgierig en een beetje jaloers ook nog.