De klap was voldoende om de hele Berentz Amide straat in één keer te wekken; de doorgerookte stakkers van nummer één, buuf Rosaline en CM.C op nummer vijf, de de Boertjes op nummer zeven en Marjon op nummer negen. Zelfs P.W.B. van nummer eenentwintig kwam even kijken wat er aan de hand was. Het was een overzichtelijke situatie : Maria vloekend als een dokwerker, de complete tweeling in paniek, en twee dampende en volledig total-loss gerede wrakken. De één nog vaag herkenbaar als een Twingootje de ander alleen te kwalificeren als: blauw, model onbekend. De de Boertjes hadden gedacht aan een gasexplosie en dus 112 gebeld, de politie kwam al aangesneld. Dat was nodig ook want CM.C was in zijn enthousiasme naar buiten gerend om zijn vrouw stijf te schelden over de ongetwijfeld verloren no-claim, zich niet realiserend dat hij daarmee meteen de no-claim op zijn huwelijk weggooide. Nog voor hij het eind van het tuinpad had bereikt was Maria naar hem toegerend in het voorbijgaan Rosaline een klap voor haar kop te geven met de mededeling: "Teef". Toen ze CM.C eenmaal bereikt had was het hek echt van de dam. Als een bezetene stond ze op haar man in te hakken daarbij zo grof scheldend dat zelfs wij dat niet durven te publiceren. Oom agent begreep er niets van maar haalde de echtelieden toch uit elkaar om zoals zij dat later zelf omschreven: "verdere escalatie van het conflict te voorkomen".
CM.C viel voor dood neer op de grond en terwijl één van de agenten Maria in de handboeien sloeg ter overstaan van de hele straat, belde de ander een ambulance: "of nee, doe er maar twee." Niet meer dan terecht want Rob had Bob zijn polsje gedraaid en nog voor hij was begonnen met krijsen had hij bewezen een kind van zijn moeder te zijn. Hij had zijn broertje een klap voor zijn kanis gegeven. Rob was ongelukkig ten val gekomen en zijn licht was, net als zijn vader, uit.
CM.C bedaarde met zijn zoon Bob in een ambulance, en Rob kwam even bij om Rosaline te knijpen waar zijn vader dat niet gedaan had. Zij bedaarde in de andere ambulance en met gillende sirenes ging het richting ziekenhuis. Maria had in de politiewagen één van de agenten een stuk uit het oor gebeten en dus gingen ook zij met haastige spoed naar elders.
Wat achterbleef was een inmiddels grote groep publiek die allemaal gehuld in nachtjapon of degelijke herenpyama een pracht van een verkoudheid stond op te lopen.
Al met al was het een knallend begin van een lange dag.
P.W.B. vervolgde zijn plan om bij M.O.A. langs te gaan en hij liep nog even naar huis om zijn voordeur te sluiten. Hij had op het punt gestaan om zijn jas aan te trekken toen hij de knal had gehoord. Onderweg naar M.O.A. had hij de wildste gedachten over de toekomst van het gezin op nummer drie maar hij besloot dat hij er zich niet mee zou bemoeien, waar hij zich ook mee bemoeide er kwam altijd ellende van, leek wel. M.O.A. was die nacht niet naar bed geweest want hij zat met rooddoorlopen ogen in zijn gemakkelijke stoel één of andere pot pillen leeg te vreten. "Moet je ook wat?" was het enige wat hij vroeg aan P.W.B. en om zijn kater te verdrijven deed hij een graai in de pot en gooide alle pillen in één keer naar achter. Goeiemorgen. Het gevoel dat in hem opkwam was niet te beschrijven maar dat alle meubels in de ruimte opeens twintig keer groter leken dan daarnet maakte hem toch wel erg angstig.