Dat de zon opkwam was tot daar aan toe, maar dat ‘ie ging schijnen was serieus klote. Vooral als je een beukende koppijn hebt voor de derde dag op rij. Samp B was de weg helemaal kwijt, hij had de hele vorige zijn hoofd gebroken over het probleem dat hij had met de meisjes; ze deden hun werk zo goed, dat de klandizie te groot was. En je haalt niet één twee drie een stuk of vier gloednieuwe blafstrakke prosti’s tevoorschijn om de ruime toevoer van klanten te bevredigen. Gelukkig was het al avond, dus die k*tzon zou wel snel kappen met stralen en dan zou hij zijn dolgedraaide hoofd rust geven door eens een keertje een filmpie te pikken. Gewoon zo’n film als al die andere; knalharde actie, de aardklote raakt op het nippertje gered en de bestbetaalde actrice gaat met de onverschillig lijkende maar ozo sympathieke held. Alleen al het feit dat hij de verhalen uit kon tekenen zou hem rust geven, dat nog even afgezien van de duisternis en het gebrek aan zorgen.
Samp B zat zo voor z’n ouwe moers kont weg te plannen, toen een ongelofelijke knal voor zijn kop hem uitschakelde. Driehonderste van een milliseconde later kwam hij weer bij, maar hij deed zijn ogen niet open. De koppijn was omgezet in migraine en het eige wat hem nog restte te doen was zijn ogen dicht houden, in de auto stappen en naar de dokter voor een middeltje tegen de heistelling in zijn hoofd. Met de nieuwe huisarts Vroegindewei had hij afgesproken dat hij altijd langs mocht komen met zijn migraine. Vroegindewei was namelijk bezig met een onderzoek naar migraine door werkstress en hij als pooier was een interessant object.
Hij bereikt de dokter zonder kleerscheuren en liep de spreekkamer in. Normaal drukte hij dan even op ‘t belletje en dan was de dokter er meestal snel, maar nu was de hele ruimte gevuld met gejank, geschreeuw en gevloek.
Bob huilde van de pijn, terwijl Vroegindewei de naaldjes uit zijn kleine klauwtje wriemelde. Maria liep te schreeuwen dat Vroegindewei het niet kon maken om zomaar haar huisarts te worden na al wat er gebeurd was tussen hun. Vroegindewei vloekte als een dokwerker dat het g*dverd*mme nou eens over moest wezen met Bobby’s gejank en Maria’s geschreeuw.
Een doffe klap legde echter een doods stilte in de ruimte. Samp B had het scherm van de computer van een kleine meter hoogte op het buro laten klappen en daarbij was de beeldbuis geknapt.
"Stilte!!! Anders ga ik live kapot! Yo Indewei, ik heb het weer en ik moet eraf dus op de proppen met je pillen." Vroegindewei pakte de pillen terwijl Bob tijdelijk zijn hoofdje hield van de schrik van zoëven. De pillen gingen van links naar rechts en van rechts naar links ging een rug.
"Voor je computer en de pillen."
"Ik heb nu geen tijd, maar ik wil je nog wel even onderzoeken van de week," zei Indewei.
"Geen probleem pil, ik val wel weer eens binnen."
De deur ging open en de deur ging dicht en daarmee was het bezoek van Samp B weer afgesloten. Maria had de korte tijd dat het bezoek in beslag nam ademloos staan kijken.
In al haar ranzigheid had zij een kerel gezien die ze niet te versmaden vond.
"Ok Herman... euh Dokter Vroegindewei... geef mij zijn adres en je hoort mij niet meer zeuren over je nieuwe baantje."
Vroegindewei bedacht zich dat hij geen rel wilde in zijn nieuwe functie en aangezien hij wist hoe geflipt Maria was, gaf hij haar het adres. Hij ontstekelde Bob en moeder en zoon verlieten zijn praktijk. Hij waste zijn handen en liep naar de huiskamer waar hij aanschoof aan een inmiddels kouwe prak. Alleen al aan die gasten van de Berentz Amidestraat draaide hij voldoende overuren om een jacht te kunnen kopen.