Het was een door-de-weekse dinsdag en kastelein Karsten bereidde zich voor op datgene wat zich over een half uur zou afspelen in zijn gelag. Eén voor één zouden zijn stamgasten binnen druppelen, hun vaste drankjes bestellen en hun vaste plaatsen bezetten. Op dinsdag kwam CM.C altijd als eerste om zijn troost te zoeken in de alcohol. Op de een of andere manier kwam hij maandag altijd heelhuids door, maar op dinsdag deed hij meestal een klant minder om eerder aan zijn troost te kunnen werken, eerst twee biertjes dan een jonkie en een biertje en dan vol overgave door aan de jonkies. Hij zou plaats nemen naast de telefoon, zodat hij niet van zijn plaats zou hoeven om Maria te bellen dat hij later kwam.
Als tweede zou M.O.A. binnen komen. Altijd goeieavond wensend terwijl het achter in de middag was om vervolgens te informeren of P.W.B. er nog niet was. Dat wist je zeker.. Wat je niet zeker wist was wat hij zou gaan bestellen, dat bleef maar variëren, van een glas melk tot spiritus en van jus d’orange tot Cuba Libre. De wisselende wensen van M.O.A. hield het drankaanbod van Karsten groot, zonder M.O.A. kon hij zich beperken tot bier en jonge jenever. En ondanks dat de wensen van M.O.A. zo scherp waren dat hij de vele halfvol / halflege flessen die hij nooit zou legen verdiende hij een ruim inkomen aan zijn stamgasten. Hij vond het stuk voor stuk losers, maar één ding moest hij ze meegeven. Ze hielden hem in zijn mooie rustige leventje met dito levensritme.
CM.C kwam binnen en voordat hij zat stond er al een biertje op hem te wachten.
Karsten vroeg hem hoe het was op de zaak maar het antwoord, dat gegarandeerd over die ‘klote’ reorganistie ging, werd overstemd door het rauwe ‘goeieavond’ van M.O.A.. "Is P.W.B. er nog niet?" complementeerde het herkenningsritueel.
M.O.A. bestelde een apfelkorn. Karsten verbaasde zich hierover, twee maanden terug had M.O.A. dat ook al eens besteld. Nou, de man zou wel weer een drukke dag hebben gehad, waar hij het druk mee had was voor de hele straat een vraag en als je er naar vroeg kon je een vaag antwoord krijgen en dus werd niemand wijzer. CM.C was toe aan zijn tweede biertje, de jonge jenever kon dus uit de koeling.
Karsten stond op het punt de jonge effe te pakken toen SampB binnenkwam en de aanwezigen begroette met het allang niet meer leuke, "zo stelletje trekpoppen, hebben jullie je lange rotbek weer eens naar ‘t gulle slobbertje gedragen?" M.O.A. antwoordde zoals zo vaak: "En jij moet je lange rotbek eens vullen met wat bier, van mij." SampB zoop nu al jaren op kosten van M.O.A. en het verhaal ging dat een weddenschap de oorzaak was van deze éénrichtings drankweggeverij. M.O.A. had het altijd over betaling in natura wegens bewezen diensten, maar wat dat betekende was voor Karsten een raadsel. Terwijl hij SampB zijn biertje gaf, vroeg hij zich af of hij misschien toch zijn MAVO had moeten afmaken inplaats van zijn vader op te volgen toen die overleed na die gasexplosie.
P.W.B. kwam binnen en zodra M.O.A. hem in het zicht had, sprong deze van zijn kruk en pakte P.W.B. hardhandig aan zijn jasje en begon hem naar buiten te sleuren terwijl hij schreeuwde: "Wat zeg ik nou altijd, NIET zelf van de snoepjes snoepen. En ontken ‘t niet want ik zie het in je ogen."